Bespreking CSE 2010 / Utopie
HAVO-examenonderwerp 2007-2010
Utrecht 31 mei 2010, 19.55 - 21.30 uur / Zalencentrum Vredenburg 19
Aanwezig: 25 docenten filosofie en Hans Wessels (CITO)
NotaBene: dit verslag valt uitdrukkelijk onder de verantwoordelijkheid van
de VFVO (en dus niet van de Bcfvo)
Geplaatst op 1 juni 2010, 18.00 uur
Mededelingen
VFVO-voorzitter Philippe Boekstal opent de vergadering en hij heeft enkele mededelingen:
- De eindtermen voor het nieuwe vwo-examenonderwerp Vrije wil verschijnen in september op de website: www.examenblad.nl (bij het examenjaar 2012). Daarnaast ook op http://www.vfvo.nl/ en http://www.bcfvo.nl/. In januari 2011 komt de examenbundel inzake de Vrije wil op de markt.
- Het examenonderwerp voor havo wordt, na Emotie, in de examenjaren 2014 tot en met 2017 Mondiale rechtvaardigheid.
- Simone Kamman laat een presentielijst rondgaan en roept de aanwezigen op om de VFVO-contributie voor 2010 (35 euro, voorgaande jaren: 30 euro) te voldoen op ING nummer 4502232 t.n.v. VFVO te Rotterdam.
- De nieuwe VFVO-site (http://www.vfvo.nl/) is nu online. Het verzoek is dat iedereen content levert. Dit kan bij Jos Hogenbirk (jmjhogenbirk@hotmail.com). Er komt een besloten gedeelte voor VFVO-leden waar een toetsenbank en oude nummers van Spinoza zijn te vinden. Ook komt er een forum, waar bijvoorbeeld over examenvragen van gedachten valt te wisselen.
Algemene opmerkingen over het examen
- Het examen was goed te doen, beetje veel tekst.
- Er waren veel vragen waar je heel veel kanten mee op kon (Nozickvraag, Platovraag).
- Het examen sloot wel meer op HAVO aan, minder leren maar meer formuleren, minder reproductief.
- Antwoordmodel was wel lastig. Examen was meer toepassing en minder reproductie dan voorgaande jaren.
- Layout was lastig. Vragen zijn tussen de tekst door gemoffeld en er worden samengestelde vragen gesteld.
Opmerkingen per vraag
Opgave 1 De verbeterde mens?
Vraag 1: Prettige binnenkomer, maar leerlingen gaan vaak alles door elkaar klutsen, dus toch wel lastig. Wittgenstein is lastig voor HAVO. Verder geen opmerkingen.
Vraag 2: Sommige leerlingen antwoorden hier iets anders terwijl het wel een duidelijke vraag was.
Leerlingen antwoorden hier vaak uit het lijstje van Bacon (levensverwachting, verzachting van pijn, jeugdigheid, etc.). Mag dit ook goed gerekend worden? Nee, het komt wel vaak voor maar de vraag en het antwoordmodel zijn redelijk duidelijk. Onder rijkdom kun je meer zaken goed rekenen, zoals “eer”. En bijvoorbeeld “materialen maken” onder macht over de natuur. Maar het moet wel toe te rekenen zijn aan de twee andere gebieden. Niet zomaar alles uit het uitgebreide lijstje is goed. De vraag omvatte veel leestekst.
Vraag 3: Er is veel kritiek op deze vraag. Je kunt allerlei kanten op met het dualisme van Plato (driedeling van de ziel, geen belang hechten aan het fysieke, etc). In het antwoordmodel staat alleen iets over de onsterfelijkheid terwijl je je af kunt vragen of dat juist is wat Plato bedoelt bij de voortplanting. De vraag is eigenlijk niet helemaal juist. Redelijk soepel rekenen hier, want leerlingen komen vaak met een antwoord in de richting: Pistorius had een goede ziel, hij had alleen maar een kunstbeen, maar dat geeft hij niet door dus prima. Antwoorden worden goedgekeurd die uitgaan vanuit het dualisme van Plato en dat dan consistent uitwerken. Alleen dualisme is niet goed, er moet wel bij dat Plato weinig waarde hecht aan het lichamelijke, maar juist aan het voortreffelijke etc.
Vraag 4: Leuke denkvraag, maar het antwoordmodel is vaag. Leerlingen noemen hier heel veel verschillende voorbeelden. Voorbeeldantwoord in het antwoordmodel is redelijk kort, veel punten hiervoor. Veel voorbeelden kunnen wel goed gerekend worden als er duidelijk uit blijkt dat leerlingen begrijpen wat de ervaringsmachine van Nozick is. Een voorbeeld wat al in de inleiding van de vraag wordt genoemd wordt niet goed gerekend.
Vraag 5: Goede vraag. Er kan ook uitgelegd worden dat Fukuyama hier wel een bezwaar tegen heeft, maar dan moet er ook goed worden uitgelegd dat er wordt ingegrepen in de menselijke natuur. Jammer dat er hier geen extra punten gegeven kunnen worden voor leerlingen die de redenering van Fukuyama doortrekken naar het onderscheid tussen goed en kwaad.
Vraag 6: Gehlen wordt een beetje onrecht aangedaan in de vraag, maar in het antwoordmodel staat het wel goed. Als leerlingen noemen wat over Gehlen in de inleiding wordt gezegd, dan is het goed. Een afweging - waar in de vraag naar wordt gevraagd - staat niet in het antwoordmodel, dus daarvoor kunnen geen punten worden gegeven. De opvatting over de menselijke natuur kan snel goed gerekend worden, maar hier moeten geen vreemde of banale dingen staan (zoals: “de menselijke natuur is goed”).
Opgave 2 'Amerika' als utopisch ideaal
Vraag 7: Dit konden de leerlingen gedeeltelijk al uit de tekst halen. Sommige leerlingen noemen als verschil dat Marx geen democraat was en Dewey wel. Dit is alleen goed als daar de noodzakelijkheid van de toekomstverwachting bij Marx aan gekoppeld wordt. Er moet natuurlijk onderscheid gemaakt worden tussen communisme en Marx. Niet goed is alleen noemen dat Marx naar een dictatuur wil, wel natuurlijk “dictatuur van het proletariaat”.
Vraag 8: Om deze vraag goed te beantwoorden moeten leerlingen weten wat contracttheorie is (“maatschappelijk verdrag” / zie algemene eindtermen uit het domein Sociale filosofie). Sommige leerlingen kennen alleen de term ‘sociaal contract’ en raken in de war van de term ‘maatschappelijk verdrag’. Hier moeten leerlingen de essentie van het maatschappelijk verdrag noemen, namelijk dat mensen afspraken maken met elkaar om samen te kunnen leven. Bij het voorbeeldantwoord komt de eerste bullit uit de inleiding van vraag 8, klein foutje. In welk opzicht passen de opvattingen van Dewey in het maatschappelijk verdrag? Vrij goed, als leerlingen Dewey goed omschrijven, zoals het past binnen het maatschappelijk verdrag, dan kan het goed worden gerekend. Bij het tweede deelantwoord zijn verschillende antwoorden mogelijk, van politiek dier tot samenwerking tussen mensen. Hier moet even gekeken worden naar de kwaliteit van de formulering en de relatie met de inleidende tekst van Dewey.
Vraag 9: In het antwoordmodel worden de kenmerken heel erg uitgelegd. Leerlingen doen dit vaak niet, maar er staat alleen dat ze het moeten noemen dus dat is goed. De vraag is verder leuk en was goed te doen.
Vraag 10: Vraag uit de algemene eindtermen van het domein Wijsgerige ethiek. Toch vinden leerlingen dit nog wel een lastige vraag. Leerlingen noemen ook vaak cultuurrelativisme, dit kan ook goed gerekend worden als ethische theorie, mits consistent en inhoudelijk juist uitgelegd. Als leerlingen correct uit kunnen leggen waarom iets een ethische theorie is, dan mogen ze ook andere benaderingen gebruiken. Leerlingen mogen een ethische theorie alleen noemen (aangeven), maar moeten het wel verbinden aan hun argument voor en hun argument tegen en daarmee moeten ze ook de ethische theorie uitleggen. In de vraag wordt gevraagd naar de morele plicht, dit neigt naar Kant. Handiger was geweest als er gevraagd naar of het goed is of niet om een ander land je eigen idealen op te leggen.
Vraag 11: Leerlingen noemen soms 1 Bijbels gebod als utopische gedachte. Utopisch als “niet bestaand” wordt ook goed gerekend, bijvoorbeeld het Paradijs bij de Bijbel. Een enkele leerling noemt de eugenetica van Plato als utopische gedachte.
Vraag 12: Het tweede gedeelte van de vraag is suggestief door het woordje “toch”. Hiermee geef je weg dat er niet van maakbaarheid sprake is. Veel taalvaardige leerlingen hebben dit wel opgepikt. Moet het hier gaan over de maakbaarheid van de samenleving of mag het ook van de maakbaarheid van de mens zijn? Als het goed is uitgewerkt mag dat ook, want daar heeft Achterhuis het immers ook over. Een tegengesteld antwoord, mits beargumenteerd, mag ook.
Vraag 13: Dit is een vrij gedetailleerde vraag naar eindterm 6. 'Ik Bubanik' is maar een heel klein stukje uit het boek, dat is jammer. Voor deze vraag hadden leerlingen wel goed moeten leren. Als leerlingen andere correcte verschillen hebben genoemd, dan kunnen ook die goed gerekend worden.
Vraag 14: Deze vraag is vrij goed gemaakt, in de tekst waren de antwoorden al te vinden. Dit was wel de derde vraag over menselijke natuur. Dat was wat veel.
Notulist: Simone Kamman
terug